Akkerbouwpilots gaan eerste jaar van uitvoering in

potatoes 3690562 1920

Pilots op twee teeltbedrijven moeten de kennis en bewustwording vergroten rondom groene middelen, met het oog op het toenemende verlies van reguliere gewasbeschermingsmiddelen. Vorig jaar is een eerste begin gemaakt met twee pilots die een aantal jaren gaan lopen. Beide bedrijven zijn gevestigd in de provincie Flevoland. Met de betrokken telers is een inventarisatie gemaakt van de optimalisatiepunten en problemen waar zij in hun teelten (aardappel en ui) en grondsoorten (zand en klei) mee te maken hebben. Dit teeltseizoen is het eerste waarin concrete (deel)oplossingen van Artemis-leden in de praktijk worden beproefd. Een overzicht van de stand van zaken.

‘Met de pilots willen we bekijken wat we kunnen met het integreren van groene middelen. Het eerste jaar is een monitoringsfase geweest met alle betrokkenen: BO Akkerbouw, Artemis, de kwekers, hun teeltvoorlichters en projectleidster Saskia Hoeben van de WUR. Waar zitten nu de knelpunten, waar lopen jullie nu vast? Daar doen we een jaar over, dat is best lang maar dat is niet erg. Dan kunnen we aan elkaar wennen’, zegt Guido Halbersma, voorzitter van de themagroep Kennis & Bewustwording bij Artemis.

De Nederlandse akkerbouw past gewasbescherming zeer gericht toe. Een groot deel van de gewasbescherming is gebaseerd op synthetische middelen die meer dan ooit onder het vergrootglas liggen. De oplossingen vanuit de ‘groene’ hoek liggen niet voor het oprapen, zowel qua toelating als effectiviteit. 

Actief meedenken

Met name bewustwording is van belang, constateert Guido. ‘In het begin zijn telers nog wat sceptisch. Aan het eind van het jaar gaan ze actief meedenken: hé, het kan ook anders. Het wordt realistischer voor hen dat ze wel móeten.’ Artemis-leden hebben inmiddels de lijst met knelpunten onder ogen gekregen met de vraag of zij eventueel oplossingen voorhanden hebben om die beet te pakken. Of misschien zelf al onderzoek hebben gedaan naar specifieke gewasproblemen.

Olievlek te creëren

Guido: ‘We willen een paar punten oppakken in de pilot om daarmee een olievlek te creëren. De problemen op de lijst kun je niet allemaal in één keer doen. Je praat wel over productiebedrijven, het is geen onderzoeksinstituut. Er kan niet te veel mis gaan. Er zijn wel gesprekken gaande met LNV om te bekijken of zij een budget kunnen vrijmaken om iets meer risico’s te kunnen nemen. Als het lukt hebben we heel goede resultaten om te communiceren. En anders hebben we een vangnet.’

Gemiddelde bedrijven

Samen met Frans Verwer is Johan Bierma betrokken geweest bij het ‘veldwerk’ vorig seizoen. ‘Via de adviseurs hebben we twee bedrijven gevonden die er voor open staan. Het belangrijkste is dat het  representatieve bedrijven zijn. Beide middelgroot, de één op lichte kleigrond, de ander op zavelgrond met aardappel en ui als belangrijkste teelt in het bouwplan. Het criterium was bedrijven of mensen die graag willen meedenken, geen bedrijven die al voorop lopen en geen afspiegeling zijn voor de akkerbouw. Eén van de twee is al minder traditioneel akkerbouwer, doordat het bedrijf niet kerend werkt en dus geen ploeg meer gebruikt. We wilden wel representatieve bedrijven hebben. Je ziet namelijk dat gangbare bedrijven al genoeg van elkaar verschillen.’

Voor toekomstige pilots kijkt Artemis ook naar de bollenteelt.

Voor toekomstige pilots kijkt Artemis ook naar de bollenteelt.

Basis voor de pilots is de ICM-strategie, zegt Bierma. ‘Dit houdt in dat we toe willen naar een goed afgewogen teeltplan waarbij de grond de basis is. Vervolgens optimaliseren we door de juiste vruchtwisseling en bemesting de gezondheid van de plant. Daarna komen de mogelijkheden om groene chemie of de gewasbeschermingsmiddelen in te zetten als ziekten en plagen een lijken te gaan spelen in de teelt. Indien groene alternatieven voorhanden zijn dan groen en anders met de reguliere middelen.’

Bodemkundige

Bij het onderkennen van knelpunten in de teelt van de twee bedrijven was ook bodemkundige Derk van Baalen van de WUR betrokken. Johan: ‘We hebben een paar keer de bedrijven bezocht om samen de discussie op gang te krijgen: wat kan er nu anders uit wetenschappelijk oogpunt, zitten we al aan het optimale of zijn er in de grond nog zaken te herkennen waaraan gewerkt moet worden? Wat we daaruit halen is dat we te maken hebben met goede bodems, maar beide met optimalisatievraagstukken. Op de grond, het microbioom, willen we in ieder geval zuinig zijn. De scheikundige en biologische processen daarin willen we graag in stand houden.’

De uiteindelijke keus van problemen die worden aangepakt wordt een samenspel tussen telers en Artemis-leden. ‘Het is een vrij grote lijst, maar het is niet zo dat elk probleem even kritisch is voor een teler. Het zijn wel punten waar een teler oog voor heeft en graag wil optimaliseren. Op basis van de reacties van de Artemis-leden bekijken we welke maatregelen het meeste perspectief bieden en het best uitvoerbaar zijn. Daar hoort ook een stuk monitoring bij.’

Aardappel is een van de twee hoofdteelten waar de pilot in de Flevopolder zich  op richt.

Aardappel is een van de twee hoofdteelten waar de pilot in de Flevopolder zich  op richt.

Meerwaarde groene gewasbescherming

Dat zullen niet altijd de grote problemen zijn, zegt Johan. ‘Grote plagen zijn ook complexe plagen. We kunnen wel een grote broek aantrekken en de uitdaging aangaan, maar misschien is een probleem dat minder kritisch is makkelijker op te lossen, met een grotere slagingskans. Daardoor kun je de meerwaarde van groene gewasbescherming beter naar voren laten komen. Dat is beter dan een groot probleem aanpakken met de kans dat je niet aantoonbaar succesvol bent en geen bijdrage levert aan de kennis en bewustwording.’

Bewustwording

Die bewustwording richt zich vooral op telers en hun adviseurs. Maar ook intern ziet Johan nog mogelijkheden. ‘Tegelijk met deze pilot willen we Artemis-leden bewuster maken van wat er leeft binnen de akkerbouw. Zeker omdat Artemis een club is met een grote afvaardiging vanuit de glastuinbouw. De akkerbouw is niet voor ieder lid een bekende sector. We kunnen wél veel van elkaar leren. Het is een samenspel tussen de sectoren glastuinbouw, akkerbouw en bloembollen. Dat samenspel moet de komende jaren gaan groeien.’

Om die reden staan ook in de sierteelt (gerbera) en de bollenteelt (tulp) inmiddels vergelijkbare pilots op stapel.

Deel via: