U bent hier:

Nieuwe plagen en complexe regelgeving

Nieuwe plagen en complexe regelgeving, daar heeft de werkgroep Wet & Regelgeving Biologische bestrijders en bestuivers van Artemis in toenemende mate mee te maken. Martin Wohlfarter, voorzitter van deze werkgroep, presenteerde de belangrijkste ontwikkelingen binnen zijn werkgroep op de ALV. Telers en bedrijven hebben te maken met zowel een toename van nieuwe, vaak invasieve plagen als met een steeds ingewikkelder wordend regelgevend kader. De werkgroep fungeert daarom als inhoudelijk aanspreekpunt voor leden én als gesprekspartner richting overheid en Europese partners.

Voor 2025 blikt Martin terug op een aantal hoofdlijnen. Allereerst is veel aandacht uitgegaan naar de naleving van het Nagoya-protocol. Vanuit Artemis is een heldere toelichting gegeven over de achtergrond van dit internationale verdrag en wat dit concreet betekent voor bedrijven die biologische bestrijders, bestuivers en middelen ontwikkelen, produceren of inzetten. Hij benadrukt dat de NVWA op de naleving gaat handhaven en dat bedrijven daarom goed moeten weten welke afspraken gelden rond toegang tot genetische bronnen en het delen van voordelen. De werkgroep ondersteunt de leden met uitleg en het delen van praktijkervaringen. Daarbij wordt opgemerkt dat het Nagoya-protocol, naast macro-organismen, ook geldt voor micro-organismen die verwerkt worden in biologische middelen.

Daarnaast is intensief gewerkt aan de certificeringsprocedures bij de NVWA voor bedrijven die biologische bestrijders exporteren. De procedure is complex en vraagt veel documentatie; de werkgroep verzamelt signalen uit de praktijk en koppelt deze terug richting de NVWA, zodat knelpunten bespreekbaar worden en waar mogelijk kunnen worden opgelost. Ook de provinciale vergunningstrajecten voor bestuivers vormen een belangrijk dossier. De huidige route per provincie leidt tot onduidelijkheid en extra administratieve lasten. De werkgroep brengt deze ervaringen in bij het overleg met LVVN en de NVWA en via de VEX-groep, en pleit voor meer duidelijkheid en landelijke harmonisatie.

Op internationaal vlak rapporteert Martin over de betrokkenheid bij IBMA. Binnen IBMA worden ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitsstandaarden (“Van Lenteren/IOBC 2003”) en welzijn van insecten gevolgd en, waar relevant, vertaald naar de Nederlandse context. De werkgroep koppelt deze inzichten terug aan de leden, zodat zij tijdig op nieuwe eisen en verwachtingen kunnen inspelen.

Vervolgens presenteert Martin het jaarplan 2026: doelen en sleutelzaken. Een belangrijke pijler is het in kaart brengen van pijplijnproducten: welke nieuwe biologische bestrijders en bestuivers komen eraan, en welke plagen kunnen daarmee in de toekomst worden aangepakt? Maar ook alert zijn op de mogelijke komst van nieuwe plagen. Dit zogeheten “future proofing” moet voorkomen dat de sector wordt verrast door nieuwe invasieve plagen zonder dat er tijdig passende biologische oplossingen beschikbaar zijn. Hierbij wordt nadrukkelijk gezocht naar samenwerking met andere nationale IBMA-groepen, zodat ervaringen en informatie over nieuwe plagen en producten grensoverschrijdend gedeeld kunnen worden.

Een tweede cluster aan doelen betreft de harmonisatie van regelgeving. De werkgroep wil in 2026 concrete stappen zetten op drie sporen:

  • Certificering: in overleg met LVVN en de NVWA wordt gekeken hoe certificeringseisen voor bedrijven die met biologische bestrijders en bestuivers werken beter op elkaar kunnen worden afgestemd en verduidelijkt.
  • RVO-data-eisen: samen met de NVWA en RVO wordt gewerkt aan meer helderheid en werkbaarheid in de data-eisen die aan bedrijven worden gesteld.
  • RVO-bestuiversontheffing: de werkgroep zet zich in om de voorwaarden en procedures rond ontheffingen voor bestuivers landelijk te harmoniseren, zodat er minder verschillen en meer voorspelbaarheid zijn.

Tot slot onderstreept Martin dat de werkgroep in 2026 actief IBMA-initiatieven zal ondersteunen, met name op het gebied van kwaliteitsstandaarden. Het doel is dat Nederlandse bedrijven goed zijn aangesloten op Europese afspraken, waardoor zowel de kwaliteit als het vertrouwen in biologische bestrijders en bestuivers verder wordt versterkt.