U bent hier:

Staatssecretaris Silvio Erkens voortvarend aan de slag met convenant Gewasbescherming

De nieuwe staatssecretaris Silvio Erkens is voortvarend aan de slag gegaan met de afspraak in het coalitieakkoord die gericht is op het sluiten van nationale, bindende convenanten om het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen fors te beperken en meer ruimte te creëren voor geïntegreerde gewasbescherming. In een brief heeft hij de Tweede Kamer ingelicht over het proces om een dergelijk convenant af te sluiten. Erkens benadrukt het belang van een langetermijnplan, zodat boeren en telers weten waar ze aan toe zijn. Daarbij moeten zij de beschikking krijgen over meer maatregelen en alternatieve middelen voor een gevulde gereedschapskist. Het beleid is al langer gericht op het terugdringen van de effecten en het gebruik van schadelijke, chemische gewasbeschermingsmiddelen. De doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) worden echter niet behaald en de zorgen over gezondheid en milieu nemen toe. De ambitie is om met de betrokken partijen vóór de zomer een convenant op hoofdlijnen te sluiten.

Uitgangspunten voor het convenant

Voor het afbouwen van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen moet volgens Erkens de focus liggen op minder emissies naar de omgeving en het reduceren van het gebruik, zodat de milieubelasting vermindert. Dit maakt het noodzakelijk om de inzet van geïntegreerde gewasbescherming te intensiveren. Erkens wil specifieker aandacht besteden aan enkele groepen werkzame stoffen die aanleiding geven tot bijzondere bezorgdheid, zoals stoffen die Europees zijn aangewezen als Candidates for substitution en stoffen die de waterkwaliteitsnormen overschrijden. Hij wil binnen het convenant toewerken naar reductiedoelen en ambitieuze maatregelen voor schadelijke gewasbeschermingsmiddelen richting 2040, die zowel haalbaar als effectief zijn. Daarbij zijn tussenevaluaties in 2031 en 2035 voorzien om de voortgang te monitoren en waar nodig bij te sturen. Voor de stoffen die de KRW raken, zullen de Europese afspraken worden aangehouden. Daar waar de doelen in 2027 nog niet zijn behaald, moet er voor de periode 2028-2033 extra inzet komen die bindend is richting nul overschrijdingen van de waterkwaliteitsnorm en het voorkomen van nieuwe overschrijdingen. Mede op basis van het convenant op hoofdlijnen wordt dit najaar een nieuw Nationaal Actieplan Duurzaam gebruik gewasbeschermingsmiddelen (NAP) opgesteld. Zo wordt geborgd dat de aanpak niet alleen nationaal, maar ook Europees verankerd is.

Inhoudelijke bouwstenen

Om te komen tot een gebruiksreductie voor de gehele plantaardige sector worden de volgende bouwstenen uitgewerkt:

  1. Een reductiedoel en een bedrijfsspecifieke doelsturingssystematiek met Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) om de voortgang te meten en bij te sturen op basis van milieubelastingpunten;
  2. Een ondersteunend instrumentarium langs drie sporen om boeren en telers te helpen de transitie te versnellen:
  • Innovatiespoor voor de ontwikkeling van weerbare plant- en teeltsystemen;
  • Maatregelenspoor voor meer alternatieve methoden en technologieën, zoals biologische ‘groene’ gewasbeschermingsmiddelen;
  • Spoor gericht op precisielandbouw en robotisering;
  1. Verantwoord gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, waarbij de sector het voortouw neemt voor meer sectorale borging en toezicht en handhaving door de overheid het sluitstuk blijven;
  2. Heldere kaders voor ruimtelijke zonering rond kwetsbare gebieden en functies, in samenspraak met een bredere zoneringsaanpak in de taskforce;
  3. Maatregelen voor verbetering van de waterkwaliteit, waaronder de gebiedsgerichte aanpak van KRW-normoverschrijdingen en beperkingen van gebruik in grondwaterbeschermingsgebieden.

Deze uitwerking moet vóór de zomer resulteren in overeenstemming over een convenant op hoofdlijnen. Na de zomer is verdere uitwerking en detaillering nodig: hoofdafspraken worden dan ingevuld in concrete activiteiten, tijdpaden, enzovoort. Ook wordt dan met de betrokken partijen bekeken hoe voor de verschillende plantaardige sectoren tot gedetailleerde afspraken kan worden gekomen (‘deelconvenanten’) die aansluiten bij sectorspecifieke opgaven en urgenties.

Samenwerking met partijen

Samen met een brede groep partijen worden gesprekken gestart over de gezamenlijke ambitie en de te maken hoofdafspraken. Hiervoor wordt een overlegstructuur ingericht met een kerntafel en twee thematafels. De kerntafel bestaat uit het vakdepartement LVVN en IenW, sectororganisaties, ketenpartijen, een wetenschappelijke instelling, een maatschappelijke organisatie en één of meer medeoverheden. Vanuit de thematafels wordt door aanvullende partijen meegewerkt aan afspraken in het convenant over bescherming van water en natuur en bewaking van de gezonde leefomgeving. Vanuit Artemis zijn wij aangesloten via de trekkende sectororganisaties BO Akkerbouw, Greenports Nederland, NAJK en LTO Nederland. Gert-Jan Segers heeft de rol van onafhankelijk voorzitter om het convenanttraject te begeleiden. Artemis ondersteunt de initiatieven om te komen tot een convenant Gewasbescherming. Wij houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.