U bent hier:

Van hittegolf naar stortregen: waarom biostimulanten steeds relevanter worden

Nog geen week na dagen met temperaturen ruim boven de 35 °C werden delen van Nederland getroffen door hevige regenval, wateroverlast en lokaal zelfs forse hagelbuien. Voor veel telers was het opnieuw een bevestiging dat het weer steeds grilliger wordt. Volgens Artemis onderstreept dit opnieuw de toenemende behoefte aan oplossingen tegen abiotische stress.

Recent is een uitgebreide studie van de Europese Investeringsbank (EIB) verschenen, die specifiek de gevolgen van klimaatverandering voor de Europese agrarische sector in kaart brengt. Hieruit blijkt dat de klimaatontwikkelingen de komende decennia verder zullen doorzetten, met grote gevolgen voor de agrarische sector. De studie laat zien dat droogte de grootste veroorzaker is van schade door abiotische stress. Tegelijkertijd blijkt dat juist de combinatie van meerdere stressfactoren steeds bepalender wordt. Naast droogte nemen ook hitte, extreme neerslag, hagel en – misschien wel verrassend – het risico op late voorjaarsvorst toe. Ook Noordwest-Europa, waaronder Nederland, krijgt steeds vaker te maken met een opeenstapeling van deze abiotische stressfactoren. Daarmee groeit ook de behoefte aan oplossingen die gewassen helpen om met deze stress om te gaan.

De gevolgen zijn aanzienlijk. Op dit moment bedraagt de gemiddelde jaarlijkse schade aan Nederlandse gewassen door droogte, vorst, hagel en extreme neerslag naar schatting circa €650 miljoen per jaar. Richting 2050 loopt dat, afhankelijk van het klimaatscenario, op naar bijna €1 miljard per jaar. Dat betekent een stijging van 35 tot 45% in de gemiddelde jaarlijkse schade door abiotische stressfactoren.

Maar de grootste financiële risico's ontstaan tijdens uitzonderlijke weersomstandigheden. In een extreem schadejaar – een gebeurtenis die statistisch eens per vijftig jaar voorkomt – bedraagt de schade momenteel ongeveer €4 miljard. Als de klimaatverandering doorzet volgens het hoge emissiescenario, kan dat richting 2050 oplopen tot meer dan €5,5 miljard. Niet alleen de kans op schade door weersextremen neemt dus toe, ook de impact van een extreem jaar wordt aanzienlijk groter.

Daarmee worden abiotische stressfactoren niet langer een incidenteel risico, maar een structurele factor waarmee telers ieder groeiseizoen rekening moeten houden. De uitdaging zit bovendien niet alleen in de uitzonderlijke extremen. Juist de opeenstapeling van kortdurende stressmomenten gedurende het groeiseizoen zet de productie steeds verder onder druk. Een paar dagen hitte tijdens de knolzetting, tijdelijk zuurstofgebrek in de wortelzone na een wolkbreuk, een droge periode tijdens de bloei of een hagelbui vlak voor de oogst veroorzaken misschien afzonderlijk beperkte schade, maar samen kunnen zij leiden tot aanzienlijk opbrengst- en kwaliteitsverlies.

Deze ontwikkeling maakt één ding duidelijk: de weerbaarheid van gewassen wordt steeds belangrijker. Daarmee groeit ook de behoefte aan oplossingen die planten helpen om beter met abiotische stress om te gaan. En precies daar kunnen biostimulanten een belangrijke bijdrage aan leveren.

Biostimulanten ondersteunen natuurlijke processen in de plant. Daardoor kunnen zij bijdragen aan een efficiëntere benutting van voedingsstoffen en – juist in het licht van klimaatverandering – aan een betere tolerantie voor abiotische stress, zoals droogte, hitte, zoutstress en tijdelijk zuurstofgebrek. Biostimulanten voorkomen geen droogte, hitte of wateroverlast, maar kunnen er wel aan bijdragen dat planten stress beter doorstaan, sneller herstellen en minder opbrengstverlies lijden.

Afhankelijk van de toepassing kunnen productgroepen zoals zeewierextracten, humuszuren, aminozuren, silicium en microbiële biostimulanten hieraan bijdragen. Biostimulanten zijn daarmee geen wondermiddel, maar wel een steeds belangrijkere bouwsteen binnen Integrated Crop Management (ICM). In combinatie met goed bodembeheer, watermanagement, een evenwichtige bemesting, passende rassen en geïntegreerde gewasbescherming kunnen zij bijdragen aan een robuuster en toekomstbestendig teeltsysteem.

Voor Artemis onderstrepen de cijfers uit deze Europese studie de groeiende relevantie van biostimulanten. Juist nu is het belangrijk om kennis, onderzoek en praktijk met elkaar te verbinden. Samen met haar leden zet Artemis zich in voor de verdere ontwikkeling en toepassing van biostimulanten, stimuleert zij de verspreiding van kennis binnen de sector en draagt zij actief bij aan passende wet- en regelgeving in Nederland en Europa, zodat innovatieve biostimulanten hun weg naar de praktijk kunnen vinden en telers hier profijt van hebben.