U bent hier:

Biostimulanten belangrijke schakel voor bladvitaliteit binnen ICM

Hoe houd je een gewas vitaal bij extremer weer en een smaller middelenpakket? In aardappelen en uien groeit de aandacht voor bladvitaliteit. Welke rol kunnen biostimulanten spelen?

Hoe houd je een gewas vitaal in een tijd waarin weersomstandigheden extremer worden en het middelenpakket onder druk staat? Die vraag staat centraal in veel onderzoek naar biostimulanten gericht op plantgezondheid. Met name in aardappelen en uien groeit de aandacht voor bladvitaliteit als belangrijke pijler onder een weerbare en toekomstbestendige teelt.
Biostimulanten kunnen, afhankelijk van product, toepassing en teeltomstandigheden, bijdragen aan bladgezondheid en plantvitaliteit. Binnen Integrated Crop Management (ICM) worden ze daarom steeds vaker onderzocht als onderdeel van een bredere aanpak gericht op voeding, stressbestendigheid en gewasvitaliteit.

Ook dit jaar vonden op meerdere locaties, door verschillende onderzoeksinstellingen, proeven plaats naar biostimulanten en bladvitaliteit. Onder andere bij Wageningen University & Research Open Teelten in Lelystad werd onderzoek uitgevoerd onder gecontroleerde omstandigheden.

Van kasproef naar praktijk

De Artemis-themagroep Biostimulanten werkt aan een betere vertaling van onderzoeksresultaten naar de praktijk. Een recent voorbeeld is een kasproef, uitgevoerd in opdracht van Artemis-lid Pireco Productie BV, naar de effecten van biostimulanten op de bladvitaliteit van aardappelen.
In het onderzoek werd onder andere een biostimulant op basis van kruidextracten, waaronder peterselie, getest. Hiervoor werd een doseringstrap aangelegd van 2,5, 5,0 en 10,0 l/ha. Daarmee wordt onderzocht bij welke inzet de effecten op bladvitaliteit het beste zichtbaar en onderbouwbaar zijn. Alle bladbehandelingen werden drie keer uitgevoerd met een interval van zes dagen.
Dankzij de gecontroleerde omstandigheden kunnen verschillen tussen toepassingen nauwkeurig worden gemeten. Het onderzoek moet uiteindelijk leiden tot praktijkrijpe handvatten waarmee akkerbouwers de vitaliteit van hun gewassen beter kunnen ondersteunen.

Bladvitaliteit als stuurpunt binnen ICM

Om de effecten van biostimulanten op bladvitaliteit beter in beeld te brengen, groeit de aandacht voor aanvullende parameters, zoals nutriëntenbenutting, loofontwikkeling en ondersteuning van gewasvitaliteit. Deze kenmerken geven gezamenlijk een completer beeld van de conditie van het gewas dan opbrengst alleen.
De aanpak sluit aan bij de ontwikkeling van geïntegreerde teeltsystemen, waarin preventie, plantgezondheid en gerichte ondersteuning van het gewas steeds centraler staan. De resultaten uit de kas vormen het uitgangspunt voor veldproeven die momenteel op verschillende locaties worden uitgevoerd. Deze kennis draagt bij aan de verdere ontwikkeling van geïntegreerde teeltschema’s waarin plantgezondheid, gewasbescherming en duurzaamheid samenkomen.
“De kracht van ICM zit in het geïntegreerd toepassen van producten uit de verschillende productcategorieën. Biostimulanten zijn daarbij de schakel tussen voeding, stressbestendigheid en vitaliteit”, aldus Daniel Cornelisse, voorzitter van de themagroep Biostimulanten van Artemis. “Door gewasbescherming, voeding, bodemmanagement en plantvitaliteit met elkaar te verbinden, ontstaan robuuste teeltsystemen die beter voorbereid zijn op de uitdagingen van morgen.”